4. Beoordeling en analyseren

Validiteit
De stage scoort hoog op validiteit. Studenten werken in een realistische beroepsomgeving die sterk aansluit bij het werkveld van de Leisure & Events Manager. Daardoor wordt gemeten wat de opleiding beoogt: het toepassen van kennis, vaardigheden en professioneel gedrag in de praktijk. Hierin wordt tevens in de taxonomie van Bloom op een hoger niveau “getoetst” en controle van hetgeen geleerd wordt uitgeoefend. 
De koppeling met de PLU’s versterkt deze validiteit, omdat de toets is verbonden aan de leeruitkomsten van de opleiding. Met name PLU II (verbinden in netwerken) is verplicht gesteld, omdat samenwerken met stakeholders en het opbouwen van professionele relaties een kerncompetentie is. PLU III (conceptontwikkeling) en PLU V (produceren) richten zich op vakinhoudelijke uitvoering, terwijl PLU VI (professioneel vakmanschap) de professionele houding en reflectie borgt. PLU I en IV komen wel terug in het curriculum, maar worden elders explicieter getoetst.

Betrouwbaarheid
De betrouwbaarheid is een aandachtspunt. De rubric bevat onvoldoende specifieke en observeerbare criteria, waardoor examinatoren veel interpretatieruimte hebben. Dit vergroot de kans op subjectieve beoordelingen en verschillen tussen vergelijkbare prestaties. 
Daarnaast ontbreken volledig uitgewerkte afspraken over normering en structurele kalibratie tussen stagecoach en praktijkbegeleider. Daardoor is niet gegarandeerd dat prestaties consistent worden beoordeeld. In de praktijk wordt wel gewerkt met formulieren en rubrics en vindt achteraf afstemming plaats, maar deze kalibratie is niet structureel ingebed. Hierdoor blijft de betrouwbaarheid deels afhankelijk van interpretatie en ervaring op de werkplek. Zoals in de afname omschreven wordt de beoordeling door de coach gedaan aan de hand van bewijsstukken, de eindpresentatie en het afrondende eindgesprek.

Transparantie
Qua procedure is de stage transparant. Studenten worden vooraf geïnformeerd over deadlines, documenten, aanwezigheidseisen en het beoordelingsproces. Ook rubric en planning van eindgesprekken worden tijdig gedeeld. 
Inhoudelijk is de transparantie beperkter. Het is niet altijd duidelijk hoe de eindbeoordeling tot stand komt, welke onderdelen zwaarder wegen en wat onder een “voldoende niveau” binnen de PLU’s wordt verstaan. De beoordelingslogica is daardoor niet volledig inzichtelijk.

Efficiëntie
De toets is organisatorisch efficiënt ingericht. Door een langere stage te combineren met één eindmoment wordt het functioneren over een langere periode beoordeeld in plaats van losse toetsen. Dit past bij het karakter van de Associate Degree en praktijkgericht leren. 
De eindbeoordeling via gesprek en presentatie maakt het mogelijk om in beperkte tijd een volledig beeld van de student te krijgen. Gemiddeld wordt circa 1,5 uur per student besteed. Daarnaast draagt de opzet bij aan efficiëntie doordat studenten grotendeels zelfstandig werken en de beoordeling vooral op basis van bewijsmateriaal plaatsvindt. Verdere efficiëntiewinst is mogelijk door meer standaardisatie van rubric en procedure, zodat minder afstemming nodig is.

Beoordelingsproces en kwaliteit van beslissingen
De toetsafname volgt een vaste werkwijze: stagebezoek en/of eindpresentatie, beoordeling van bewijslast en vaststelling van de eindbeoordeling op basis van rubric en overleg tussen examinatoren. Ook aantallen voldoende beoordelingen en herkansingen worden meegenomen in de analyse. 
De combinatie van praktijkbeoordeling en eindgesprek wordt door studenten als betrouwbaar ervaren. Door praktijkervaring, reflectie en bewijsstukken ontstaat een breed beeld van het functioneren. De kwaliteit van beslissingen hangt echter af van gelijkheid in beoordeling. Zolang rubriccriteria minder specifiek zijn en kalibratie niet structureel is ingericht, blijft het risico bestaan dat beoordelingen verschillen per examinator of context.


Maak jouw eigen website met JouwWeb