1. Ontwerpen

De praktijkstage is een kernonderdeel van het tweede studiejaar van Ad Leisure & Events Management, het vormt een essentiële schakel richting het eindniveau. Studenten lopen circa tien weken stage bij een organisatie binnen één van de zes leisuresectoren: evenementen, media, kunst en cultuur, sport, toerisme of recreatie. De omvang bedraagt 320 uur, gelijk aan 12 EC.

De stage is opgenomen als toetsvorm op eindniveau van de Associate degree en sluit aan bij het toetsplan 2023–2024, waarin de stage wordt gezien als een passende en belangrijke toetsvorm. Binnen de Miller-piramide bevindt deze toets zich op het niveau “doen”: studenten laten in een authentieke beroepscontext zien dat zij kennis, vaardigheden en professioneel gedrag geïntegreerd kunnen toepassen.

De toetsvorm vervult twee functies. Enerzijds is er een ontwikkelingsgerichte (formatieve) functie: studenten formuleren leerdoelen, ontvangen begeleiding, reflecteren en sturen hun leerproces bij. Anderzijds is er een summatieve functie: het wordt afgesloten met een eindbeoordeling op basis van een eindgesprek, bewijsstukken en een rubric. Daarnaast is er een koppeling naar meerdere PLU’s (zie bijlage). PLU II (Verbinden in netwerken) en PLU VI (Professioneel vakmanschap) worden via reflectie in de eindpresentatie aangetoond. Studenten werken met leerdoelen en gebruiken STARR-reflectie icm voorbeelden om aan te tonen dat ze voldoen aan deze PLU’s.

Voor PLU III (Conceptontwikkeling) en PLU V (Produceren) verzamelen studenten gedurende de stage bewijsstukken. Deze worden ondersteund met feedback en reflectie en in de eindpresentatie opnieuw onderbouwd middels STARR-reflecties. Ook wordt zichtbaar hoe Design Thinking is toegepast en wat de rol van de student is geweest.

Tijdens de stage wordt verwacht dat studenten bijdragen aan een betekenisvolle Leisure beleving. Er wordt gekeken naar aansluiting op de praktijkvraag en de betekenis voor de doelgroep. Daarnaast voeren studenten werkzaamheden uit binnen projecten, met variërende mate van zelfstandigheid. Het bewijspakket bestaat uit opdrachten, reflecties, bewijsstukken, eindpresentatie, urenregistratie en de rubric. Dit wordt ingeleverd als onderbouwing van de stage. Studenten weten vooraf dat deze onderdelen ook relevant zijn voor het Ad-eindassessment. Alleen PLU III (Conceptontwikkeling) en V (Produceren) worden in de eindpresentatie formatief meegenomen. PLU I (Visie) en PLU IV (Adviseren in verandering) worden niet in deze stage beoordeeld, maar later in het Ad-eindassessment.

De stage is sterk beroepsauthentiek en sluit aan bij het werkveld van Leisure en events. Studenten leren door te doen en door externe opdrachten uit te voeren. In vergelijking met bacheloropleidingen ligt de nadruk sterker op praktijkervaring binnen beperkte studietijd. De stage vervangt eerder versnipperde praktijkervaringen en is nu een geïntegreerd onderdeel van het curriculum. Hierdoor ontstaat meer continuïteit, verantwoordelijkheid en ontwikkeling. Daarnaast wordt bewust gekozen voor variatie in toetsvormen. De stage voorkomt dat toetsing uitsluitend schriftelijk of theoretisch is. Door de blokvorm ontstaat tevens een bewustere leerervaring.

Studenten worden vooraf geïnformeerd via de stagehandleiding en verder voorbereid via terugkomdagen. Hierin worden praktische zaken besproken, is er aandacht voor de theorie en wordt er gesproken over bijvoorbeeld plannen en reflecteren. De stagebegeleider geeft akkoord op uitvoering, maar is geen examinator. Dit versterkt de betrouwbaarheid. De eindbeoordeling wordt vastgesteld door de examinator, met inzet van het vier-ogenprincipe bij twijfel.

Gekeken naar de balans van verschillende toetsvormen beschikt in de huidige situatie de stage over een minder prominente rol, met een aanzienlijk aantal EC’s en uren. Overige EC’s gedurende het studiejaar worden behaald middels kennistoetsen, verslaglegging, projectuitvoering en een eindassessment in combinatie met verdediging.

Qua onderwijsbeleid van de Hogeschool is er een duidelijke link te maken met hetgeen wij nu doen en waar NHL Stenden zich graag op wil richten.We gaan gedurende de twee studiejaren meermaals aan de slag met real life vraagstukken.
Studenten krijgen een opdracht in samenwerking met of van het werkveld met vraag of ze er een plan voor willen maken en/of het mogen uitwerken en uitvoeren. Hierdoor worden ze “gedwongen” tot co-creatie met bijvoorbeeld stakeholders, doelgroep en de opdrachtgever. 
Centraal staat hierin vanzelfsprekend de persoonlijke ontwikkeling, waar in de stage de meest authentieke vorm van toetsing is. Aangezien ze hier op individuele basis aan de slag gaan met deze ontwikkeling.